Met wat geregel is het ons gelukt om een lang weekend vrij te maken voor het bezoek aan het Korup Park in Mundemba (zie kaartje van Kameroen bij mijn eerste berichtje op deze weblog). Dit is een natuurreservaat, waar apen, olifanten, slangen, etc. in hun natuurlijke omgeving leven. Ook al ligt het hemelsbreed misschien 300 km van Bafoussam af, toch ben je bij elkaar zo’n 12 uur bezig om er te komen. Dit wisten we al van te voren en dus kozen we voor een nachtbus naar Kumba, zodat we een deel van deze uren slapend zouden doorbrengen. Tenminste, dit was het idee. De werkelijkheid zat iets anders in elkaar, omdat de grote bus al vol zat en er alleen nog plek was in een klein busje. Met wat optimisme kozen we toch maar voor het kleine busje, niet te weten dat we hier even later met 22 volwassenen en 3 kleine kinderen ingepropt zouden worden. Deze samenstelling in het busje was een nieuw persoonlijk record voor mij, maar het vooruitzicht van een 7 uur durend gehobbel over slechte wegen naar Kumba, maakte niet direct een feeststemming in mij los. Gelukkig kon ik nog van plaats wisselen, maar de nieuwe plek (waar ik mijn benen nog enigszins kwijt kon) was na een paar minuten waarin ik al krampen ontwikkelde niet gelijk veel beter te noemen. Bovendien zat ik half op een overgang van 2 zitplaatsen. Ik ben de afgelopen 3 weken al heel wat vernieuwende luchten tegengekomen, maar de desastreuze lucht, die deze Afrikanen met elkaar wisten te produceren, was ronduit beroerd te noemen. Alsof deze omstandigheden nog niet erg genoeg waren, zat er ook nog een plakkert naast me. Frustrerend om te zien, dat de Afrikanen in elk mogelijke houding gewoon in slaap kunnen vallen. Na een hel van een rit kwam ik volledig gesloopt om 4.30u aan in Kumba.
De rest van de 4 uur durende rit moesten we in een auto afleggen, die eigenlijk al gereed was voor de sloop, maar blijkbaar ook ingezet kon worden voor de nog slechtere wegen richting Mundemba. Om niet nogmaals gekreukt aan te komen, besloten we maar voor 4 zitplaatsen te betalen, zodat we de hele achterbank met z’n drieën konden benutten. Deze luxe beviel me erg goed en ik was niet veel later al in slaap gevallen, maar het stevige gedreun van de slechte weg maakte dit later onmogelijk. Halverwege de rit brak tot overmaat van ramp de kabel die van het gaspedaal naar de motor loopt ook nog eens en vroeg ik me voor de zoveelste keer af, waar we deze rit eigenlijk voor over hadden. Gelukkig was er snel een vervangende auto beschikbaar en konden we onze tocht door de bushbush vervolgen. Na heel wat gehobbel kwamen we dan toch eindelijk uit in Mundemba, een klein dorpje midden in de jungle met weinig voorzieningen, tegen de grens met Nigeria aan.
Eerst wilden we ons maar veilig stellen van een slaapplaats en dus zochten we ‘Vista Palace Hotel’ op, die we al in de Travel Guide van Andrea hadden gevonden. De ontvangst in dit hotel was nou niet direct wat je ervan verwacht, want we moesten zelf op zoek naar de eigenaar van dit hotel. Na alle kamers af te zijn gegaan, was een jongen in basketballshirt en korte broek in staat om ons te helpen bij het inchecken. Werkelijk onbegrijpelijk, maar toch koste het een half uur om duidelijk te maken dat we de 3 goedkoopste kamers wilden. Met een instelling van ‘ieder extraatje is leuk meegenomen’ betrad ik mijn kamer van omgerekend nog geen 5 euro per dag. Extraatjes waren er niet, maar toch vond ik het er voor Kameroen en deze prijs best prima uitzien. Mijn kamer was in ieder geval exclusief salamander, in tegenstelling tot de kamers van Morad en Andrea.
Na eerst van een douche te hebben genoten, gingen we op pad om alvast afspraken voor een tocht door het park de dag erop te maken. We kwamen uit bij een ander hotel, waar ze Adolf (Chief van het Korup Park) konden bellen. Met de overenthousiaste woorden ‘Quick, we’ve got tourists!!’ door de telefoon, werd duidelijk dat onze komst vrij bijzonder was. De hoteleigenaar wist ons te vertellen, dat er al een keer eerder een Nederlander bij hen was geweest, namelijk een man met de toepasselijke Nederlandse naam: Joop Groen.
Het eten ’s avonds viel nogal tegen, omdat we geen fatsoenlijk restaurant konden vinden en dus maar uitkwamen bij een bar, waar een paar kinderen eten uit emmers opschepten. Normaal zou ik nooit zoiets eten, maar we hadden weinig keuze. Gelukkig konden we hier wel naar het EK-voetbal kijken.
De dag erop verzamelden we rond 8.00u bij het restaurant, om eerst een stevig ontbijt te krijgen, waar we de rest van de dag op moesten teren, tijdens onze tocht door de jungle. Adolf kwam weer langs en stelde ons aan de gids voor, die ons zou begeleiden door het park. Hij was al gewapend met een kapmes. Een chauffeur werd geregeld om ons 15 km verder in het Korup Park bij de grote brug te droppen. Vanaf hier begon onze tocht dan echt. Erg mooi om het natuurreservaat via een ±50 meter zelfgemaakte houten brug te betreden. Hierna kwam een jungle ons tegemoet, waar ik met mijn gladde Asics sportschoenen soms de meest gekke kapriolen moest uithalen, om mijn evenwicht te bewaren op de natte paden, bruggetjes (van een plank) en stenen om een riviertje over te springen. Dit was echt een mooie tocht, waarbij je allerlei vreemde soorten vruchten (Cola noten) en bomen tegenkomt. Bij sommige paden moesten eerst wat takken weggekapt worden door onze gids, om toegang te krijgen tot het pad erachter. Zonder gids ben je in deze bushbush echt bijzonder kansloos. Onderweg hoorden we de geluiden van vogels en apen in de bomen en de uitwerpselen van olifanten waren op de paden zichtbaar, maar helaas hebben we deze dieren niet in het echt gezien. Hiervoor kun je beter een nacht in het park zelf slapen, waar speciaal bungalows zijn gebouwd. Toch was er nog een hoogtepunt van deze tocht: de waterval. Op de terugweg waarschuwde de gids ons al voor de mogelijke regen, die zeer spoedig zou vallen (hier in Afrika hebben ze toch wat meer gevoel voor het omgaan met het weer, dan Erwin Krol). Niet veel later kwam het dan ook met bakken uit de hemel en gedurende de rest van de wandeling waren we compleet doorweekt. Ik was al bang dat mijn camera en mobieltje het zouden begeven, maar dankzij mijn bijna waterdichte tas is dit allemaal goed gekomen. Helaas heeft Morad hier wel blijvende schade aan over gehouden.
Eenmaal terug in Mundemba besloten we een eetgelegenheid op te zoeken, waar we iets beter konden eten, dan de avond ervoor. Omdat we die ochtend in het andere hotel al een goed ontbijt hadden gekregen, besloten we daar ook het avondeten te bestellen. We zochten Tobias (onze plaatselijke kok in het hotel) weer op en vroegen naar de mogelijkheden. Vreemd genoeg is het eten in dit restaurant niet vastgesteld aan de hand van een menu, maar konden we zelf aangeven dat we iets met vis wilden. We werden voor een tv neergezet en zeker 45 minuten lang vroegen we ons af, wat er allemaal gebeurde en of onze boodschap wel overgekomen was. Uiteindelijk kwam dan toch het bericht dat ons eten klaar was en tot onze vreugde had Tobias zich flink uitgesloofd met heerlijke vis in tomatensaus met gebakken aardappelen en ananas. Achteraf bleek dat hij in de tussentijd de boodschappen op de plaatselijke markt heeft gehaald. Ik denk dat dit het beste gerecht is geweest, wat ik tot nu toe in Kameroen heb gegeten. Toch blijft het vreemd dat een man als Tobias heel de dag rond het hotel hangt en niet weet of er überhaupt mensen komen eten. Deze ongeorganiseerde en relaxte houding is toch wel typisch voor Afrika. De rest van de avond werd gevuld met ons bezoek aan het plaatselijke café, waar we ook het EK-voetbal konden kijken.
De volgende dag begonnen we goed met een stevig ontbijt bij Tobias. Inmiddels was hij onze plaatselijke held geworden, omdat hij heerlijk eten voor ons maakte en er ook voor zorgde, dat we ’s avonds veilig bij ons hotel aankwamen. Hij kon ons veel vertellen over de problematiek in het achtergestelde Mundemba, wat vooral komt door de slechte weg vanaf Kumba. Het is onbegrijpelijk, dat sinds de oprichting van het Korup Park in de jaren ’80, nog steeds niet aan de weg ernaartoe is gewerkt (een probleem dat in veel gebieden van Kameroen voorkomt). Momenteel komen er slechts enkele toeristen per maand, terwijl deze kant van Kameroen toch echt heel veel te bieden heeft.
Die middag hebben we nog even rondgekeken in het stadje zelf. Dit is toch wel even heel wat anders dan Bafoussam, want de mensen leven hier toch wel een stuk primitiever. Grappig om een man te zien, die in zijn zwembroek zijn auto wast, nadat hij hem achteruit heeft geparkeerd in een meertje. Ook hebben we een bezoek gebracht aan het plaatselijke ziekenhuis, waar een jonge arts ons een rondleiding kon geven. Erg interessant om de organisatie van dit ziekenhuis te zien. Er is in dit ziekenhuis zelfs een röntgenfotoapparaat aanwezig, maar omdat niemand weet hoe dit werkt, wordt het niet gebruikt. Het ziekenhuis omvat een doelgroep van ongeveer 50.000 mensen uit de omliggende regio’s. In dit ziekenhuis komen zelfs mensen vanuit Nigeria, die er wel 2 dagen wandelen over doen. Sommigen van hen bereiken echter nooit het ziekenhuis…
Na al deze ervaringen in Mundemba was het weer tijd om afscheid van de mensen in het hotel te nemen en ons voor te bereiden op een barre rit terug naar Bamenda. De taxichauffeur kwam keurig op de afgesproken tijd bij het hotel aan. We hadden weer voor een hele achterbank betaald en konden nog enigszins ruim zitten. Ik vroeg me bij deze auto wel af, hoe lang hij het nog uit zou houden. Deze vraag werd een uur later beantwoord, toen we met pech op een afgelegen zandweg stonden. Een paar kilometer hiervoor had ik nog een grote zwarte slang op de weg gezien. Gelukkig zijn alle chauffeurs hier ook halve automonteurs en konden we onze weg toch nog voortzetten richting het dichtstbijzijnde dorpje, waar we overstapten in een andere auto. Zo kwamen we toch nog in het donker aan in Kumba.
De steden zijn hier erg slecht verlicht. De mensen hier geven blijkbaar niet de prioriteit aan veiligheid en dekken een put aan de zijkant van de weg niet af. Als troost konden we toch nog heel de wedstrijd van het Nederlands elftal kijken in het bagagehok van de busmaatschappij, die ons weer terug zou rijden naar Bamenda. Dit keer hadden we gewoon een grote Mercedes bus en konden mijn benen vanuit mijn zitplaats in het gangpad rusten. Uiteraard werd voor vertrek nog het één en ander aan de mensen in de bus verkocht (van eten tot geneesmiddelen) en was er de mogelijkheid ons de rest van deze comfortabele rit te verdiepen in een folder die informatie gaf over de hulp van God bij dreigende echtscheidingen.
Onderweg stopten we halverwege in een dorpje wat erop gebouwd was om ’s nachts reizende mensen te ontvangen, want overal waren de bars nog open en werd op straat eten gemaakt en verkocht. Ik begon erg enthousiast aan mijn spiesje met vlees, maar toen ik een paar meter verder het vastgebonden vee zag, dat al klaar stond voor de volgende slachting, was mijn eetlust iets afgenomen. Gelukkig verkochten ze hier ook klaargemaakte ananas en drinken, zodat ik de rest van de bustrip goed kon doorkomen.










Reacties